Kinderurologie

In ons team kinderurologie onderzoeken en behandelen kinderartsen en urologen kinderen van 0-16 jaar.  Hierbij gaat het om aangeboren aandoeningen van nieren, blaas en plasbuis. De kinderarts verwijst uw kind door naar onze afdeling bij bijzondere of minder vaak voorkomende ziekten. Door onze specialistische kennis kunnen wij behandelingen bieden die de algemene kinderarts niet kan bieden.

Behandeling van urologische afwijkingen in Amsterdam UMC, locatie VUmc

Als uw kind een aangeboren afwijking heeft aan de nieren, blaas of plasbuis, wordt dit vaak al bij de echo ontdekt. Nog tijdens de zwangerschap dus. Na de ontdekking van een afwijking kunt u naar één van de kinderartsen uit ons team. Zij stellen een behandelplan op en voeren dit meteen uit na de geboorte. Zo is de kans op infecties en blijvende schade het kleinst. Als het probleem erg ingewikkeld is, stuurt de kinderarts u door naar onze urologen. Met onze specialistische kennis bieden wij een behandeling die uw kinderarts niet kan bieden.

Meer over de polikliniek urologie

Welke aandoeningen behandelen wij?

Vernauwing in de overgang van het nierbekken naar de urineleider (subpelviene stenose)

Sub-pelviene stenose is een zeldzame ziekte, waarbij de uitgang van het nierbekken te klein is. Daardoor stroomt urine moeilijk uit de nieren naar de blaas. Dit zorgt voor pijnklachten en een minder goede werking van de nieren. De aandoening kunnen wij behandelen met een operatie.

Terugstroom van urine van de blaas naar de urineleider (vesico-ureterale reflux)

Bij een reflux stroomt urine vanuit de blaas terug naar de urineleiders of de nieren. Dat komt doordat een klepje niet goed werkt. Deze aandoening kan leiden tot een infectie of blijvende schade aan de nieren. Een behandeling voor deze aandoening is niet altijd nodig. Dat beoordelen wij na onderzoek.

Verwijding van de urineleider (mega-ureter)

Bij een mega-ureter is de urineleider sterk verwijd. Dat betekent dat de urine niet goed door kan lopen. Door deze aandoening kan uw kind last krijgen van een infectie aan de urineweg, of schade oplopen aan de nieren. Wij behandelen deze aandoening met een operatie.

Niet geheel gesloten plasbuis (hypospadie)

Een hypospadie komt vaak voor bij jongetjes. Hypospadie betekent dat de plasbuis niet aan het einde van de penis uitkomt. Staand plassen is een probleem, omdat er geen controle is over de straal. De aandoening is niet ernstig, en kan met een operatie goed worden behandeld.

Niet ingedaalde balletjes (cryptorchisme)

Normaal gesproken dalen tijdens de 8e maand van de zwangerschap de teelballetjes van een jongetje in de balzak. Maar bij veel jongetjes gebeurt dat niet: 1 of allebei de teelballen blijft dan steken in de lies of in de buik. Deze aandoening behandelen wij binnen een jaar na de geboorte, om onvruchtbaarheid te voorkomen.

Functiestoornissen van de blaas bij zenuwziekte

Bij gezonde kinderen geven de zenuwen van de blaas een seintje aan de hersenen als de blaas vol is. Dan voelen ze dat ze moeten plassen. Bij zenuwziektes als een open ruggetje of dwarslaesie zijn deze zenuwen vaak beschadigd, waardoor dit seintje niet gevoeld wordt. De urine blijft dan te lang in de blaas zitten. Zonder behandeling ontstaat er een infectie of blijvende nierschade. Het is daarom belangrijk om deze aandoening te behandelen.

Voor de diagnose en behandeling van deze aandoeningen komt u naar onze polikliniek kinderurologie. Deze poli maakt deel uit van de polikliniek urologie.

Naar de pagina over de polikliniek urologie