Maagkanker

Wanneer een tumor ontstaat uit cellen in de maag, spreken we van maagkanker. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten maagkanker.

De maag

De maag is een peervormig orgaan, van boven breed en van onder smal. Als de maag gevuld is, is deze ongeveer 30 centimeter lang met een inhoud van ongeveer drie liter. In de maag wordt voedsel opgevangen dat door de mond en de slokdarm naar binnen is gekomen. Bovenin de maag wordt het voedsel gemengd met maagsap. Daarna wordt onderin de maag het voedsel gekneed en gemalen. Dit gebeurd ter voorbereiding op de voedselvertering in de darmen.

De maag bestaat uit vier delen:

  • De maagingang (cardia): hier is de slokdarm verbonden aan de maag
  • De maagkoepel (fundus): dit deel ligt tegen het middenrif aan
  • Het middelste deel (corpus)
  • De maaguitgang met sluitspier (antrum en pylorus): hier eindigt de maag en begint de twaalfvingerige darm

De maagwand bestaat uit verschillende lagen, van binnen naar buiten zijn dit de slijmvlieslaag, de bindweefsellaag en spierlagen en weer een bindweefsellaag die overgaat in het buikvlies. De slijmvlieslaag maakt maagsap aan. Maagsap bevat onder andere zuur, enzymen voor de spijsvertering en een stof die nodig is voor de opname van vitamine B12. Door de bindweefsellaag lopen veel bloedvaten en zenuwen. De spierlaag zorgt voor het kneden en mengen van het voedsel.

Aan het uiteinde van de maag zit de sluitspier. Deze laat het voedsel beetje bij beetje door naar de twaalfvingerige darm. De sluitspier zorgt er ook voor dat voedsel alleen van de maag naar de darmen kan stromen en niet andersom.

Maagkanker

Wanneer een tumor ontstaat uit cellen in de maag, spreken we van maagkanker. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten maagkanker. De meest voorkomende vorm maagkanker is het adenocarcinoom. Deze vorm van kanker ontstaat uit cellen in de slijmvlieslaag van de maag. Ongeveer 95% van alle patiënten met maagkanker heeft een adenocarcinoom.

Een tumor in de maag kan op drie manieren doorgroeien. Een tumor in het gebied van de maagingang groeit vaak via de maagwand door naar het onderste deel van de slokdarm. Een tumor die zich juist bij de uitgang van de maag bevindt kan doorgroeien naar de twaalfvingerige darm. Tot slot kan een maagtumor door de maagwand heen groeien naar de buikholte.

Risicofactoren

Per jaar krijgen ongeveer 1200 mensen de diagnose maagkanker. Maagkanker komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en het merendeel van de patiënten is ouder dan 60 jaar. De exacte oorzaak van maagkanker is niet bekend. Wel zijn er een aantal risicofactoren die de kans op maagkanker kunnen verhogen:

  • Roken
  • Dagelijkse consumptie van alcohol
  • Frequente consumptie van vlees
  • Te veel zout in de voeding
  • Langdurig te weinig maagzuur
  • Eerdere operatie aan de maag
  • Poliepen in de maag
  • Helicobacter pylori (een bacterie die in de maag kan voorkomen)

De helicobacter pylori bacterie kan een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van maagkanker. Deze bacterie kan een ontsteking van de slijmvlieslaag van de maag veroorzaken.

Erfelijkheid

Maagkanker kan ook worden veroorzaakt door een erfelijke aanleg. Er zijn drie aandoeningen waarbij maagkanker kan optreden:

  • Het Lynch syndroom. Het syndroom komt voort uit een DNA-mutatie. De mutatie vindt plaats bij een gen dat zorgt voor de reparatie van DNA-fouten tijdens normale celdeling. Door de mutatie worden genen niet goed gerepareerd en kan dit abnormale celdeling veroorzaken. Patiënten met het Lynch syndroom hebben ook een verhoogde kans op darmkanker, kanker van de urinewegen en eierstokkanker.
  • CDH1 gen (E-cadherin-gen). Een belangrijk signaal voor erfelijke maagkanker kan zijn dat er meerdere familieleden op een relatief jonge leeftijd maagkanker hebben (gehad). Bij één soort erfelijke maagkanker is bekend dat het CDH1 gen (E-cadherin-gen) betrokken is. Bij 30% van de mensen bij wie deze soort maagkanker in de familie vaker voorkomt kan door genetisch onderzoek de mutatie in dit gen worden aangetoond.
  • Het Peutz-Jeghers syndroom. Dit is een polyposis syndroom, wat betekent dat mensen met dit syndroom vaak meerdere poliepen hebben op verschillende plekken in het lichaam. De poliepen komen voornamelijk voor in de dunne darm, dikke darm, maag en neus. Een poliep is een klein goedaardig gezwel. Poliepen kunnen een enkele keer uitgroeien tot een kwaadaardige tumor. Daarom hebben mensen met het Peutz-Jeghers syndroom een verhoogde kans op maagkanker.

Klachten

In een vroeg stadium geeft maagkanker vaak nog geen klachten. De onderstaande klachten en symptomen kunnen in een later stadium voorkomen bij maagkanker:

  • Gewichtsverlies
  • Pijn bovenin de buik
  • Misselijkheid
  • Verminderde eetlust
  • Afkeer van vlees
  • Passageklachten, het eten zakt niet goed
  • Bloedverlies
  • Vermoeidheid en duizeligheid door bloedarmoede

Deze klachten en symptomen hoeven niet direct te duiden op maagkanker. De klachten kunnen ook voorkomen bij andere aandoeningen.