Opleiding medewerker operatieve zorg (MOZ)

‘We zijn blij met de MOZ!
De MOZ is op de OK inzetbaar bij laag- en middelcomplexe ingrepen.'

De kersverse CZO-accreditatie voor de opleiding medewerker operatieve zorg (MOZ) biedt een kans het personeelstekort in de operatiekamer terug te dringen. Zeker nu ziekenhuizen zich meer gaan specialiseren en zelfstandige behandelcentra CZO-erkende stageleerplaatsen mogen aanbieden.

De kranten staan bol van het tekort aan operatieassistenten. De animo voor de opleiding is gering en de opleidingsplaatsen in ziekenhuizen zijn beperkt. Het Capaciteitsbureau adviseert in het Capaciteitsplan 2018-2021 jaarlijks 1068 nieuwe operatieassistenten op te leiden. Dat is bijna drieënhalf keer zoveel dan de instroom van 2017 (313 studenten). Door het gebrek aan goed opgeleid personeel liggen operatiekamers stil, lopen de wachtlijsten op en moeten ziekenhuizen tijdelijke, duurdere detacheringskrachten aantrekken. Deze kwestie speelt al jaren en de tekorten zijn zeker niet op korte termijn opgelost.

CZO-accreditatie medewerker operatieve zorg

Toch is er een mogelijkheid om eenvoudig en relatief snel meer gekwalificeerd personeel voor de operatiekamer te werven. En die heet MOZ: medewerker operatieve zorg. Dat is de nieuwe naam van de opleiding operatieassistent tweede deskundigheidsniveau. Deze opleiding levert al twintig jaar gediplomeerd operatiepersoneel en heeft dit najaar een erkenning gekregen van het College Zorg Opleidingen (CZO). Een MOZ wordt binnen twee jaar opgeleid om in de operatiekamer te assisteren bij hoogvolume laag- en middelcomplexe behandelingen. Denk aan operaties die plaatsvinden in zogenoemde ‘straatjes’, zoals de arthroscopieën, liesbreuken, cholecystectomieën, middenoordrainages en cataractoperaties (zie kadertekst). De MOZ-opleiding is, net als die van een reguliere operatieassistent, inservice. De student is in dienst van het ziekenhuis en heeft tijdens de opleiding een leer-arbeidsovereenkomst. Het verschil is dat een MOZ alleen assisteert bij laag- en middelcomplexe ingrepen. Terwijl een operatieassistent ook wordt ingezet bij hoogcomplexe en acute operaties, en organisatiegebonden taken uitvoert.

Functiedifferentiatie biedt kans

Juist in deze functiedifferentiatie ligt een kans om gediplomeerd operatiepersoneel op een passende plek in te zetten. Dat heeft alles te maken met de trend dat ziekenhuizen zich steeds verder specialiseren. Grote, perifere ziekenhuizen en academische ziekenhuizen richten zich steeds meer op laagvolume hoogcomplexe zorg. De kleinere ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) en zelfstandige klinieken (ZKN’s) concentreren zich op hoogvolume, laag- en middelcomplexe ingrepen. Anders gezegd: er is een verplaatsing van de planbare, geprotocolleerde zorg naar zelfstandige zorgaanbieders. Voor vrijwel alle operaties – of ze nu eenvoudig of complex zijn – worden momenteel breed opgeleide operatieassistenten ingezet. Terwijl bij geprotocolleerde operaties, die straks voornamelijk in zelfstandige behandelcentra plaatsvinden, een MOZ prima kan functioneren.

Meer opleidingsmogelijkheden

Om voldoende MOZ’ers op te leiden zijn meer stageleerplaatsen nodig. Dat is lastig, maar daar komt verandering in. Nu leiden zelfstandige klinieken en behandelcentra geen studenten op. Vanaf 1 januari 2019 erkent het CZO echter stageleerplaatsen binnen deze zelfstandige centra. Voorwaarde is wel dat zij samenwerken met een CZO-erkende zorgaanbieder. Er komen dus meer opleidingsmogelijkheden en precies daar waar de MOZ heel goed inzetbaar is. Waar functiedifferentiatie in de verpleging heel gebruikelijk is, zo nieuw is het onderscheid in de operatiekamer. Het vraagt dan ook wat van een organisatie om een MOZ optimaal in de operatiekamer te laten functioneren. Zo moet een operatieassistent bij calamiteiten altijd de taken van een MOZ kunnen overnemen en draait een MOZ alleen dagdiensten. Ook moet de operateur weten dat in het operatieteam een medewerker met een afgebakende taakuitoefening zit. Maar ervaringen uit de praktijk laten zien dat het kan en dat het werkt.

Blijvende oplossingen

Met de keuze voor MOZ’ers komen er blijvende oplossingen in de operatiekamers. MOZ-studenten zijn geen schoolverlaters, hebben al werkervaring en werken vaak al in het ziekenhuis. Denk aan medisch secretaresses, CSA-medewerkers of polikliniekmedewerkers, die hun loopbaan een nieuwe impuls willen geven. In ziekenhuizen zit meer potentieel aan mensen die dolgraag willen doorstromen. Als we deze mensen die kans bieden, komt er in de operatiekamers vast – niet tijdelijk – personeel dat gediplomeerd én gemotiveerd is. Bovendien kan een MOZ via een schakelprogramma doorstromen naar de reguliere opleiding operatieassistent. Omgekeerd kan een student die de reguliere opleiding volgt, terugstromen naar de MOZ. Zo behouden we mensen in wie we investeren, voor de zorg.

Meer informatie

In 1999 stond zij aan de basis van de opleiding operatieassistent tweede deskundigheidsniveau, de voorloper van de MOZ-opleiding.
Voor meer informatie: m.geuzenbroek@amsterdamumc.nl

- december 2018 -